6 meter 7cm en 12.19s !!!!

Na een maandenlange revalidatie van iets in mijn rug, kwam ik voortvarend uit de blokken. Wat heet na een spetterende 12,19s op de 100 meter vloog ik in Alphen aan de Rijn naar 6.07m bij het verspringen.

Maar ik moet eerst nog een paar weken terug in de tijd. Na het NK, waar ik met pijn twee titels in de wacht sleepte volgde geen spoedig herstel. Pas in de loop van de zomer, en op vakantie, ebde de uitstralende pijn in mijn linkerbeen en knie langzaam weg. De trainingen die ik op locatie in Frankrijk deed (lekkere pittige heuvelloopjes) zorgden er in ieder geval voor dat ik niet op nul zou beginnen na de vakantie. Omdat het herstel zich voortzette richtte ik mijn pijlen op een hordenwedstrijd, want dat NR moest ik toch kunnen lopen. In de kalender waren er echter maar weinig master wedstrijden met horden en dus schreef ik me in voor een 10-kamp in Alphen aan de Rijn in het weekend van 30 en 31 augustus. Twee weken daarvoor, op weer een goede training voel ik een steek in mijn linker kuit. Uit voorzorg brak ik de training af en bleef de hele week masseren en herstellen. Als test deed ik dan de week ervoor mee aan een baanwedstrijdje bij AC TION (georganiseerd door TuS Gildehaus). De discus landde al na iets van 25 meter terwijl het de laatste weken op de training vaak 30 meter of meer was. Bij het speerwerpen daarna, liep ik uiteraard voorzichtig aan. Ik wilde niets forceren maar weten of de kuit iets van actie kon weerstaan. Met 36m58 was ik niet tevreden (bij het inwerpen ging het duidelijk verder). De kuit protesteerde maar weinig en ik had dus weer hoop op deelname aan de 10-kamp én een race op de 100 meter horden.

10-Kamp Alphen aan de Rijn

Na weer een week herstel reden Tobias en ik naar Alphen. Het inlopen voeldde al goed. De kuit had gezonde spanning zullen we maar zeggen. In een serie met één master en voor de rest senioren en junioren schiet ik bij de start weg. Is het vals? Ik hoor geen tweede schot, slaak een kreetje maar blijf doorlopen en pas vlak voor de finish weet een van de deelnemers mij bij te halen. Ik loop 12.19s oké met een klein beetje valsspelen maar het was toch een goede race. De 10-kamp in Alphen wordt in één middag afgewerkt dus na de 100 moeten we snel naar ver. Mijn aanloop is al jaar en dag 30 meter. Ik zet hem uit, loop een keer aan en dat zit goed. Ik hoop dat het zoals normaal gesproken ook in de wedstrijd in één keer goed gaat. De aanloop gaat goed, ik zet af in de hoop dat het op de balk is. Ik heb slechts een centimeter over! Dan volgt de vlucht, en due duurt, en die duurt . . . . Dit is eindelijk weer eens zo'n poging die je je helemaal kunt herinneren. Na de landing ben ik al blij en als de jury dan het meetlint tot over de 6 meter moet trekken slaak ik een kreet van geluk. Eufories, onverwacht. Ze meten 6 meter en 7 centimeter. Zo ver heb ik de afgelopen 5 jaar (buiten) niet gesprongen. Bovendien blijkt dat ik met deze afstand op selchts 12 cm van het Nederlands record zit. Maar mijn verspringen zit er op. Alles voor de horden. Kogel gaat dan slecht; ik kom er geen enkele keer onder maak de traditionele fouten en moet genoegen nemen met 9m32. Bah. Bij het hoogspringen start ik op een lage hoogte, het is tenslotten al weer een tijdje geleden dat ik dat onderdeel heb beoefend. Pas op 1m51 en 1m56 gaat het beter maar neemt ook de spanning in de kuit toe. Als de lat op 1m61 ligt twijfel ik en dan moet je naar je lichaam (en zoon) luisteren. Ik staak de strijd, loop ook de 400m niet want . . .  alles op de horden.

Op zondag sta ik om 8.30 op om eerste een rondje te gaan dribbelen. Ik moet weten of een trip naar Alphen wel zinvol is. Na een rondje Usselerrondweg voelt de kuit al iets beter aan en we pakken onze spullen in voor een tweede dag Alphen. Het inlopen voor de horden gaat iest minder fijn als voor de 100m. Ik moet samen met de andere master in een serie lopen; hij op lagere horden en andere afstand. De start is weer goed en ik val de eerste horde strak aan. Ook tussen de hordes ben ik scherp, misschien iets te scherp blijkt op de 4de horde. Het gaat super, ging super. Ik knal met mijn knie tegen de horde, land in onbalans en moet opgeven. Balen, want de wind die eerst nog te hard leek te blazen werd in mijn serie op 0.0m/s gemeten. Shit, kans verkeken. En veel kansen krijg je niet.

Als sluitstuk gooi ik nog discus. Dat gaat beter dan in Enschede en ik gooi dus een PR met 27m99. Nog steeds geen 30 meter. Aangezien ik al 2 onderdelen heb gemist op de 10-kamp en er een week later nog de finale van de master competitie op mijn programma staat, laat ik de rest van de onderdelen schieten.

Finale Master competitie

De 6.07 ver en 12.19s op de 100 beloven wat voor de finale van de master competitie op onze eigen baan. Met dergelijke prestaties moet de concurrentiue wel van hele goede huizen komen ons mij en ons te verslaan. Op de 100m heb ik een slechtere start en eerste 10-20 meter dan in Alphen. De tijd is dan ook iets langzamer 12.30s. Met leeftijdcsorrectie wordt ik tweede en leg een goede basis voor de ploeg. Een klein uurtje later volgt het verspringen onder geweldige weersomstandigheden. De eerste poging is 5m86. De tweede 5m88, de 3de 5m85. Goed voor de ploeg maar die 6 zit er zeker in want ik mis bij één poging de balk. Als je het verspringen opdeelt in onderdelen (aanloop, uitkomen, afzet, vlucht en landing) dan klopte er in Alphen alles en in Enschede steeds 1 onderdeel niet. Van poging 1 tot en met 3 ben ik ook anderhalve voet naar voren gegaan, wat eigenlijk niet normaal is. En dat blijkt als ik bij de laatste poging wél goed actief aanloop. Ik weet 5 meter voor de afzet dat dat niet gaat lukken en zet ruim 1 voet over de plasticine mijn afzetvoet neer. Helaas, geen 6 dit keer. Wel 4 pogingen in een wedstrijd en dat is nog een unicum de afgelopen jaren.

Na enkele uren herstel en aanmoedigen vormt de zweedse estafette het klapstuk. We hebben inmiddels 300 punten achterstand op Prins hendrik, jawel, mijn uode cluppie. Op de eigen thuisbasis willen we natuurlijk osn van zone beste kant late zien. De opstelling is een om in te lijsten, nu de vorm nog en goede wissels. Quinten start en brengt met een eindsprint het stokje als eerste bij mij. In de bocht dendert een grote (en jongere) atleet mij voorbij. Ik laat een klein gaatje vallen, dit gaat me nu te hard. Op het rechte eind recht ik  ijn rug, richt mijn blik en bijt me vast. De achterstand wordt kleiner, als ik in de tweede bocht merk dat 300 meter langer is dan wat ik heb getraind. Ik kan nog net "pak"roepen en Aydin het stokje geven. Aydin loopt het gaatje dicht op de 200 meter en dan is het aan Daan om de winst te pakken. En dat doet hij, niet alleen in de serie, maar ook van de dag. De 2min11.72 is bovendien een nieuw Clubrecord bij de M35. En dat met een M35, 40, 45 en 50 in het team.

Het lijkt op tijd goed te komen na een klein jaar van kommer en kwel. Zelfs de achilles speelt niet op.

Wat brengt de rest van het seizoen?

Category: Weblog

You are here

Back to Top